Contact
Logo Ons Buiten Foto madeliefjes

Over bomen en struiken

Op de drie hoeken van onze ruim 350 m² grote tuin stonden Italiaanse populieren. Zoals iedereen weet zijn dat van die zuilvormige bomen en anders van vorm dan de Canadese populieren, die veel breder uitgroeien. Italiaans slaat op de afkomst, uit Lombardije. De bomen waren maar klein toen ze geplant werden, maar in de vochtige, vruchtbare bodem groeiden ze als kool. De bomen werden te groot. Ik werd als veertienjarige met een dik touw en een botte bomenzaag de dikste boom ingestuurd om er de kop uit te zagen. Ik moest dat kunnen, want ik was bij de padvinderij. Ik vond het geen leuk karweitje, maar je doet wat voor je vader…
Ook de populieren langs het pad werden te groot en mijn vader kreeg zelfs een aanzegging van het bestuur dat die bomen weg moesten. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, voordat ook die klus geklaard was.

 

WilgenhoutrupsvlinderEen heel bijzondere ervaring kreeg ik met betrekking tot een van de populieren toen er uit een gat in de stam een vies dik ding naar buiten kwam. Het leek een beetje op een aaneenschakeling van vingerkootjes en het bewoog. In Baan’s Album van Nederlandse Insecten, een plaatjesalbum uit 1915, dat mijn grootouders bij elkaar gespaard hadden door van dat merk koffie en thee te kopen, vond ik deze griezel. Het bleek de wilgenhoutrups (Cossus cossus) te zijn, die een aantal jaren in de stam geleefd moet hebben. Tegen de tijd dat ze zich volgevreten hebben zijn ze wel 8 cm lang en zo dik als een pink. Tot de laatste vervelling zijn ze rood als bessensap en hebben ze een zwarte kop. Daarna verpopt deze rups zich. Hij heet wel wilgenhoutrups, waar vele wilgen aan ten offer zijn gevallen, maar komt ook voor in andere bomen, zoals populieren en andere loofbomen. Eind mei komen de poppen uit en de 3 tot 4 cm grote vlinder is zittend tegen de stam waar te nemen. De vleugelbreedte van de wilgenhoutrupsvlinder is zo’n 6 tot 8 cm.

 

De weigelia en de jasmijn werden ook steeds groter. De jasmijn die op de grens stond,  moest eruit, omdat de buurman er last van had. Dat was jammer want net in die jasmijn nestelde elk jaar een merelpaar. Als klein jongetje werd ik opgetild om in het nestje te kijken. Om de enorme struik eruit te krijgen, groeven we een sleuf rondom de wortelkluit en met een ‘badding’ (dikke balk) werd de struik eruit gekrikt. De weigelia mocht blijven staan, want daar had niemand last van.

Elk voorjaar had onze vader het druk. Hij ging op de fiets naar de tuin en haalde grote bossen prunusbloesem, die thuis in een grote pul gezet werden. Maar hij had zó veel meegenomen, dat zijn ouders zowel als zijn schoonouders ook vereerd werden met een paar grote takken. Dat ging elk voorjaar zo met het gevolg dat de roodgebladerde prunus er op den duur niet meer uitzag, geheel afgestompt!

Bij het hek hadden we een rozenpoortje met een prachtige klimroos met trossen kleine roze bloemen. Ze roken ook lekker, maar daarin zal mijn geheugen mij wel bedriegen. Ik ben nog steeds op zoek naar dat roosje, maar heb het tot nu toe nog nergens kunnen vinden.

 

Jim Mönch (toen Co, geboren in 1936)


naar boven