Contact
Logo Ons Buiten Foto madeliefjes

Te gast en verdwaald

Van tijd tot tijd komen we met broers en zusters nog wel eens op Ons Buiten. Hoewel ons tuinhuis er niet meer staat, trekt de plek van onze jeugd nog steeds. Niet voor niets is de volkstuincomplex verandert in ‘tuinpark’. Daar mag iedereen dus wandelen. Er is zelfs een plattegrond met een wandeling uitgezet, die ook ‘onze’ Marialaan aandoet, verdwalen kan niet meer met zo’n kaartje. De wandelorganisatie Te Voet heeft Ons Buiten opgenomen in een boekje met wandelingen over de meest prominente complexen.


Dat lag vroeger niet zo voor de hand. Wie er niets te zoeken had, kwam er niet.
We zien de veranderingen: waar je vroeger vanaf de Singel uitzicht had over de voetbalvelden op het Jaagpad en de zeilen op het Nieuwe Meer kijk je nu tegen dichte bosschages van de Oeverlanden aan.
Als wandelend halen we herinneringen op: Wie woonde daar ook alweer? Daar woonde die of die; weet je het nog? O, die heb jij niet gekend, want jij was ouder of jonger. Wat zou er toch van dat meisje, of van die jongen geworden zijn?
We kwamen op het Vroegopplein bij het clubhuis en dronken er een kopje koffie en raakten aan de praat met daar aanwezige leden. Toen is ook het idee geboren voor deze nostalgische stukjes.


Guido GazelleWe liepen verder en stonden oog in oog met Guido Gezelle. Dat borstbeeld herinnerden we ons niet van vroeger.

 

De Vlaamse priester, lyrisch en hekeldichter leek op Ons Buiten verdwaald, maar hij past er wel. De natuurlyriek van Gezelle is in onze literatuur zonder weerga. De dichter heeft zich herhaaldelijk laten inspireren door dieren, planten, landschappen.
Beroemd is ‘Het Schrijverke’ uit 1858, hoewel weinigen het hele gedicht zullen kennen.

 

De eerste regels luiden:


‘O krinkelende winkelende waterding
met ’t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ’t waterke gaan!’

 

Het schrijvertje is een glanzend blauwzwart draaikevertje, dat op stilstaand water van sloten, meren en vennen voorkomt. Niet in stromend water van beken en rivieren, ook niet op vervuild water. U moet ze vast wel eens hebben gezien hebben in de sloot, ze komen met meerdere, soms honderden tegelijk voor. Ze kunnen zeer goed zwemmen, zowel òp het wateroppervlak als ónder water. De kever maakt boven water draaiende, lusachtige zigzagbewegingen, die een beetje op schaatsen lijken. Ook kan het schrijvertje onder water zwemmen en neemt dan net als andere watertorren een luchtbel mee. In geval van nood kan de kever nog vliegen ook. Heel bijzonder is dat dit 5 tot 7 millimeter grote kevertje vier ogen heeft. Het bovenste stel kijkt boven water uit naar prooien en houdt vijanden als vogels in de gaten, het bovenste stel ogen kijkt onder water en dient om hongerige vissen te zien aankomen. Wees zuinig op deze insecten, want ze azen ook op muggenlarven, die ze grijpen en leegzuigen.

 

De houding van Guido Gezelle tegenover de natuur wordt treffend uitgedrukt in het volgende ‘kleengedichtje’

‘Mij spreekt de blomme een tale,
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale,
dat God geschapen heeft!’

 

De taal is niet meer onze taal, maar de bedoeling is duidelijk.
Hoe het beeld op die plek gekomen is, weten wij niet. U wel?

 

We gingen verder en herkenden nog de winkeltjes, waarin nu o.a. de bibliotheek gevestigd is en vervolgden onze weg via de achteruitgang op weg naar de lunch in paviljoen Aquarius aan het Nieuwe Meer.

 

Jim Mönch (1936)


naar boven