Contact
Logo Ons Buiten Foto madeliefjes

Flarden

Heeft u dat nou ook, dat je je dingen van vroeger slechts bij vlagen herinnert?  Het is nooit een doorlopende film, ’t zijn altijd van die momenten en de rest moet je er maar bij verzinnen en dat doe ik dan ook een beetje.
In de oorlogsjaren werd er natuurlijk van alles op de tuin verbouwd: sla, andijvie, boontjes en bietjes en zelfs aardappelen. Ik herinner me nog de prikkelende geur van het verbranden van aardappelloof. Als het donker werd hadden we een olielampje. Mijn vader had een grote jampot met ijzeren schroefdeksel voorzien van een brander met katoenen pit en draaimechaniek. Als brandstof werd raapolie gebruik, dat hij in de Zaanstreek, waar hij werkte, had opgeduikeld en dat groengeel van kleur was. Veel later kwam de gaslamp met die o zo breekbare gaskousjes. De buurman aan de achterkant, aan de overkant van de sloot dus, waste z’n wortelen en sla in de sloot. Hij had een vlondertje aan de slootkant getimmerd. Daar schepte hij ’s ochtends ook een emmertje water om z’n gezicht en z’n handen mee te wassen, nadat hij het kroos een beetje opzij geduwd had. Nu zouden we dat vies vinden, toen vond je dat heel gewoon.

 

 

Er was altijd wel wat verrassends op de tuin te beleven. De ene keer een broedend mussenpaar of een merel, waar we opgetild werden om even in het nestje te kunnen kijken. En die ene keer dat er op een ochtend een egel in een doos op de tuin te bezichtigen was. Onze vader en moeder waren de vorige avond tijdens hun avondwandelingetje een jonge egel tegengekomen. M’n vader had met z’n jasje eroverheen het egeltje mee naar huis genomen, om die aan ons te laten zien. Leuk, melk voeren en later weer loslaten. Nu weten we dat je egels gewoon hun gang moet laten gaan en vooral geen melk op een schoteltje moet voorzetten.
 
Van heel andere aard waren mijn ervaringen met het Nieuwe Meer. Op jonge leeftijd had ik er een beetje leren zwemmen en veel later had ik van iemand een houten kano geleend en was daarmee in m’n eentje het water op gegaan. De wereld ziet er vanaf het water toch weer heel anders uit. Thuisgekomen had ik flinke pijn in mijn dijbenen van het in evenwicht houden van die gammele boot. Vissen was ook een aardige mogelijkheid geweest, maar na één keer een gratig witvisje gevangen te hebben, was voor mij de lol eraf. Bovendien raakt m’n snoer in de draden van de telefoonpalen, die toen langs de oever stonden.
Iets anders dat mij toen opviel was een roeiboot met aan de voorkant een net dat aan de vier hoeken opgehouden werd en met een soort grote beugel buitenboord hing. Later heb ik zo’n soort visbootje nooit meer gezien. Wat zou die man gevangen hebben?

 


In 1956 was het ook heel spectaculair een zandzuiger van zo dichtbij te zien, die zand opzoog  voor de uitbreiding van de tuinsteden. Zo’n groot vaartuig had ik nog nooit op het meer gezien. Wel eens een vrachtschip van of naar de Schinkelsluis en natuurlijk zeilboten, veel zeilboten, kano’s en roeibootjes. In de 17e eeuw haalde men het zand voor de aanleg van de grachtengordel uit ’t Gooi. In de 20e eeuw was zand uit het Nieuwe Meer een stuk dichterbij. Het meer werd 35 meter diep!

 

Jim Mönch (toen Co, geboren in 1936)


naar boven