Contact
Logo Ons Buiten Foto madeliefjes

Lopen en fietsen

Er werd vroeger meer gelopen en gefietst om een doel te bereiken. Het doel kon dan werk, school, club of ‘de tuin’ zijn. In de veertiger en vijftiger jaren waren er drie mogelijkheden om op de tuin te komen. Bus G vanaf het Hoofddorpplein stopte op de Sloterweg, net voorbij de ringspoordijk bij het einde van de Riekerweg en reed verder naar Sloten. De tweede mogelijkheid was vanaf de Sloterkade via het Spijtellaantje of vanaf de Aalsmeerweg via de Generaal Vetterstraat naar het Jaagpad. De derde mogelijkheid was vanaf de brug over de Stadionkade langs het IJsclubterrein naar de Schinkelsluis en verder via het Jaagpad. Indertijd moest je dan ook nog een hoge houten brug over de tramlijn naar Bovenkerk beklimmen, wat met de fiets een heel karwei was.

 

AutopedIk had een oude autoped zonder handvatten. Ik viel en kreeg het open einde van het stuur tegen m’n kin. Ik bloedde als een rund. Mijn moeder haalde snel een schone zakdoek en mijn vader tilde me op het kinderzadeltje voor op de stang en haastte zich naar het Wilhelmina Gasthuis in de Eerste Helmersstraat. De kleine littekens van de hechtingen zijn zeventig jaar na het gebeurde nog te zien.

 

Aangezien ik de oudste was van uiteindelijk zes kinderen en onze moeder met de kleintjes al vanaf het voorjaar op de tuin verbleef, moest ik wel naar school. Mijn school stond te ver van de tuin om mij er alleen naar toe te laten gaan en ik kon niet gebracht worden. Daar hadden mijn ouders iets op gevonden: Ik ging anderhalve maand op een andere school, namelijk in de Floris Versterstraat. Dat gebouw was veel mooier dan de school in de buurt van de Bilderdijkstraat, waar ik normaal naar toe ging. Ik ging in de tweede klas naar deze ‘zomerschool’ lopend of met de autoped. Als ik geld van mijn oma kreeg voor de bus, bewaarde ik dat liever voor iets anders en ging toch lopen. Daarna mocht ik wel zelfstandig naar m’n eigen school. Ook met de autoped en soms kreeg ik geld voor de tram, maar ook dat geld spaarde ik vaak op. Een fiets kreeg ik pas veel later toen ik naar de Mulo ging.

 

Een auto hadden we niet, dus als wij in het voorjaar naar de tuin verhuisden, werd alles en iedereen op de fiets geladen. Het is in deze tijd bijna niet voor te stellen dat er weinig mensen met de auto naar Ons Buiten kwamen. Ik herinner mij dat de familie Vulling, waar mijn ouders bevriend mee waren, een T-Ford hadden, waarin ik één keer heb mogen meerijden. Alle andere tuiniers kwamen met de fiets of later met een brommertje.

 

Koninginnedag

Waar fietsen en autopeds ook voor gebruikt werden, was voor de optocht op Koninginnedag eind augustus. Koningin Wilhelmina was namelijk op 31 augustus jarig. Onze twee- en driewielers werden versierd met groen, dahlia’s, goudsbloemen en afrikaantjes, in die tijd volop beschikbaar. Ik weet niet meer of er prijzen te winnen waren; het ging natuurlijk om die glunderende kindergezichten en die van de trotse ouders.

 

Jim Mönch (toen Co, eboren in 1936)


naar boven